2016 - Vanuit het kijken naar het zien - by Paul Depondt

Vanuit het kijken naar het zien

 

“Wat me boeit in een schilderij is de illusie”, zegt Stéphanie Leblon (Ieper 1970), “het flirten met wat niet aanwezig is, het spelen met suggestie van ruimte en beweging.” Een goed schilderij is nooit eenduidig. Terwijl je naar iets kijkt, blijft iets anders verscholen. Elk kunstwerk heeft een soort ingedommelde kant, die alleen zichtbaar wordt als je goed kijkt. Er zijn in kunst altijd dubbele of meervoudige betekenissen. Er is bezinksel. Dat is de magie van de schilderkunst: de meervoudige gelaagdheid die veel interpretaties toelaat, telkens heel veel vrijheid geeft.

Ze werkt gedisciplineerd. Eerst goed kijken. Doelbewust legt Leblon zich richtinggevende thema’s op, beperkingen om gaandeweg beter te zien. Dat zie je op elke tentoonstelling. Het is, wat goed is voor een kunstenaar, aftasten van mogelijkheden, van het omzetten van ervaringen en beelden in een kunstwerk. Het is visueel denken. Maar tegelijkertijd verdwijnt wat ze zag, op foto’s, in tijdschriften, of andere beeldende hulpstukken voor het werk, in een heel andere figuratie – in het nieuwste werk steeds abstracter, met een heel eigen coloriet, een eigen tonaliteit, een eigen vorm.

Leblon, die prijzen kreeg en verschillende keren werd onderscheiden, vertrekt altijd uit de figuratie, maar dat vervaagt, het krijgt een ‘vertekening’. Ook als ze – letterlijk – haar figuranten of modellen onder water fotografeert, wat ze voor de serie Liquid Bodies deed (in Light Cube Art Gallery in Ronse). De figuren worden uitgewist, meer en meer, de abstractie geeft – na het goed kijken en het uiteindelijk scherp zien – veel mogelijkheden. Dàt is haar beeldend denken.

Schilderen en tekenen gaan altijd over het werk, over wat schijnbaar of kennelijk al gemaakt is. En toch is wat gemaakt is nooit af. Daarom is haar werk ook bespiegeling, voortzetting van een verkenning. De tekening of het schilderij zoekt een soort voltooiing. Leblon onderzoekt in haar ‘beelden’ wat haar integreert: hoe mensen niet vatbare en paranormale verschijnselen toch tastbaar willen maken met ingewikkelde meetapparatuur (De opgemeten toestand in Galerie Jan Dhaese in Gent) of – tussen nog andere thema’s – hoe in zichzelf gekeerde mensen zich kunnen loswrikken uit hun bolster (over ‘gotiek’ en ‘emotie’ in het Neues Kunstforum in Keulen). Ook in haar tekeningen, die ze in het FeliXart Museum in Drogenbos nabij Brussel exposeerde, liet ze zien hoe ze met de zachtheid en tegelijkertijd de kracht van het potlood op zoek ging naar diepte.

Sporen – dat is de essentie van het schilderen en tekenen van Leblon: de sporen van wat ze zag, die een nieuwe betekenis of vorm krijgen op het schilderslinnen of het tekenpapier, troebel en verborgen, verloren en verdonkeremaand, waarnemingen die vondsten opleveren door haar zintuiglijke lenigheid. Het werk van Leblon, in zijn grote verscheidenheid aan onderwerpen, is ‘inventie’, een gedisciplineerde denkoefening, een scherp ‘vinden’ van een schilderij of een tekening.

 

PAUL DEPONDT